Auto Pakket 1

Pakket voor snelle leerlingen

Meer informatie

Motor Pakket 1

Compleet Pakket met 12 Lessen

Meer informatie

Losse Prijzen

Meer informatie

Uitleg van de oefeningen (AVB)

Hier volgen alle 12 oefeningen die u aangeleerd worden:

Lopend achteruit parkeren in een (parkeer)vak.

De kandidaat loopt met de motorfiets over een afstand van ruim 10 meter tot voorbij het vak.
Hij / zij loopt achteruit in een bocht het vak in.
Voorwerken mag, maar het is niet de bedoeling dat de kandidaat recht achteruit het vak in loopt.
Vervolgens op -en weer afbokken, (als de midden-bok aanwezig is), waarbij de examinator de keuze heeft uit de middenbok (indien aanwezig) of de zij standaard.
Vooral het bewaren van het evenwicht staat centraal, kijken waar je naar toe moet, en het juiste gebruik van de standaard.
De volgorde van de handelingen is erg belangrijk voor het examen.

 

Stapvoets rijden.

Het gaat hier met name om het bewaren van de balans bij lage snelheid in combinatie met de bediening van gas, koppeling en eventueel voetrem.
Een goede zithouding en een goede kijktechniek (recht vooruit blijven kijken naar een vast punt) zijn van belang.
Met stapvoets rijden wordt bedoeld: een snelheid waarbij normaal wordt gewandeld/stappen.
Belangrijk hierbij is dat de examinator naast of net vóór de bestuurder loopt, en jou bij kan houden, over een afstand van 20 meter.

 

Wegrijden uit (parkeer ) vak.

Belangrijk is de aanvang positie van de kandidaat dat het voorwiel tegen de rand van de denkbeeldige rijbaan staat.
Hierna geeft de examinator de richting pas aan.
De kandidaat heeft de keus welke voet hij aan de grond zet.
Het hierna haak gecontroleerd wegrijden binnen een gemarkeerde rijbaan is essentieel bij deze oefening.

 

Langzame slalom

Het gaat bij deze oefening vooral om het houden van de balans in combinatie met een juiste bediening.
De kandidaat mag vanwege de lage snelheid sturen vanuit de heupen of door verdraaiing van het stuur.
Met een juiste handelingen van gas, voetrem en koppeling regelt hij / zij de snelheid.
Het hoeft geen constante snelheid te zijn.
Afschuinen is niet vereist vanwege de geringe centrifugaal-krachten.
De kandidaat houdt de voeten tijdens het rijden op de voet-steunen.

 

Halve draai links & rechts.

Essentieel is dat de kandidaat de snelheid regelt en vasthoudt.
Met name het stuurgedrag ( kijk techniek) is een belangrijk element van dit onderdeel.
De kandidaat moet in een rechte lijn de oefening inrijden en ook weer in een rechte lijn verlaten.
De examinator bepaald of de halve draai naar links dan wel naar rechts wordt uitgevoerd.
Het laten slippen van de koppeling is toegestaan.
Ontkoppelen wordt echter negatief beoordeeld.

 

Denkbeeldige acht.

Bij deze oefening gaat het om het kunnen en durven afschuinen van de motorfiets in combinatie met een juiste bediening en een goede kijktechniek.
De gehele ruimte mag binnen de pilonnen benut worden.
Ook betrekt de examinator in voorkomende gevallen de karakteristiek van de motorfiets bij de beoordeling.
Het laten slippen van de koppeling is toegestaan.
Ontkoppelen wordt echter negatief beoordeeld.

 

Snelle slalom

Het gaat bij deze verrichting vooral om het kunnen en durven afschuinen en kantelen van de motorfiets in een regelmatige cadans.
Dit in combinatie met het zelfstandig doseren van het gas en daarmee het zelf regelen van de snelheid.
Het gebruik van de voetrem bij deze oefening verdient niet de voorkeur maar wordt bij kort gedoseerd gebruik niet negatief beoordeeld.
De essentie van deze oefening is de bochten techniek waarbij veel elementen van beheersing van het voertuig aan de orde zijn.
(denk aan bediening, stuurgedrag en balans)
De snelheidsindicatie van 30 kilometer per uur is moeilijk exact vast te stellen en in die zin dan ook slechts richting gevend.
Het gaat er vooral om dat de snelheid dusdanig is dat de kandidaat ook kan afschuinen.
Indien door te lage snelheid onvoldoende centrifugaal krachten optreden, dan is de uitvoering van de oefening onvoldoende.
( door deze oefening zie je ook de mogelijkheden die je met een motor hebt op snelheid)

 

Uitwijkoefening

Het is belangrijk dat de kandidaat de motorfiets kan afschuinen en kantelen, in combinatie met een juiste bediening en kijk techniek.
Hij moet een constante snelheid van 50 kilometer per uur aanhouden tot aan het eerste poortje
Hierna mag hij het gas dichtdraaien.
Hij mag de remmen niet gebruiken tot aan de laatste pylon.
Essentieel bij deze oefening is dat de kandidaat de snelheid tot aan het eerste poortje vasthoudt en na het ontwijken van het ( denkbeeldige) obstakel de laatste pylon aan de rechterzijde voorbij gaat.

 

Vertragings oefening

Deze oefening toetst eerst het binnen een beperkte afstand kunnen versnellen en vertragen waarbij de bediening gereed moet zijn voor het aangegeven punt.
De daarop volgende slalom toetst het kunnen en durven afschuinen en kantelen van de motorfiets in een regelmatige cadans.
Dit in combinatie met een licht trekkende motor.
Het gebruik van de voetrem in het slalomdeel verdient niet de voorkeur, maar wordt bij kort gedoseerd gebruik niet negatief beoordeeld.
Als slechts één van de wielen blokkeert of het ABS in werking treedt is de oefening onvoldoende.
De essentie van deze oefening bestaat uit tijdig gereed zijn met accelereren voor het aangegeven punt en het gereed zijn met het vertragen, alvorens de slalom wordt ingezet.
Essentieel is de gecontroleerde bediening tijdens het vertragings-deel en het beheerst uitvoeren van het slalomdeel.

 

Stopproef

De kandidaat moet de stopproef uitvoeren op een schoon, vlak en nagenoeg horizontaal wegdek.
Bij slechte omstandigheden verdient het aanbeveling de kandidaat er op te wijzen dat hij niet onbeperkt kan remmen.
Essentieel bij deze oefening is dat de kandidaat tot stilstand komt.
Normaliter kan een stopproef waarbij de kandidaat niet tot stilstand komt onvoldoende worden verklaard.
Het aanvangen van het remmen bij een aangegeven punt ( pylon) is alleen bedoeld om de examinator de kans te geven om te beoordelen hoe de kandidaat de remming uitvoert.
Als de kandidaat niet op het aangegeven punt start met remmen, maar verder aan de eisen van de oefening voldoet, is dat op zich géén reden voor een onvoldoende.

 

Precisiestop

Het gaat bij deze oefening om een technisch goed uitgevoerde remming.
De kandidaat moet beide remmen gebruiken en kort voor stilstand terugschakelen naar de éérste versnelling.
De eigen veiligheid van de motor rijder staat hier weer voorop.
De kandidaat verdeelt de remweg gelijkmatig over de lengte van 17 meter.
Als één van de wielen blokkeert, is de oefening onvoldoende uitgevoerd.
De kandidaat doseert het remmen zó gelijkmatig dat hij zonder grote correcties ( met de aanvang bepaalde remkracht) bij het 2e poortje tot stilstand komt.
De kandidaat moet met het voorwiel vlak voor het 2e poortje stoppen.

 

Noodstop

De kandidaat moet de noodstop uitvoeren op een schoon, vlak en nagenoeg horizontaal wegdek.
Bij slechte omstandigheden verdient het aanbeveling de kandidaat er op te wijzen dat hij niet onbegrensd kan remmen.
Essentieel bij deze oefening is dat de kandidaat tot stilstand komt.
Normaliter is een noodstop waarbij de kandidaat niet tot stilstand komt, onvoldoende.
Het aanvangen van het remmen bij een aangegeven punt ( pylon) is alleen bedoeld om de examinator de kans te geven om te beoordelen hoe de kandidaat de remming uitvoert.
Als de kandidaat niet op het aangegeven punt start met remmen, maar verder aan de eisen van de oefening voldoet, is dat op zich géén reden voor een onvoldoende.
In principe wordt met beide remmen de remming ingezet.
Maar het gebruik van de voorrem is essentieel.
De examinator houdt hierbij rekening met het karakter van de motorfiets.
Het blokkeren van een wiel wordt niet als negatief beoordeeld.
Indien de motor is voorzien van ABS, is het in werking treden van dit systeem géén negatief beordelings aspect.
Terugschakelen is niet vereist.
De kandidaat handelt namelijk vanuit een gesimuleerde noodsituatie.
Essentieel is het uitvoeren van een maximale remming zonder daarbij de controle over de motor te verliezen.
( zoals je in de bovenstaande tekst ziet, er zijn veel ongelukken met motorrijders die te wijten zijn aan onkundig remmen, en zichzelf daardoor onderuit remmen.)

Als een wiel kort blokkeert en de kandidaat deze blokkade onmiddellijk opheft, dan beoordeelt de examinator dit niet direct als fout.
Juist het opheffen van een geblokkeerd wiel kan duiden op voertuigbeheersing.
De verrichting is wel onvoldoende als de remkracht onregelmatig of onjuist is.( bijvoorbeeld als de kandidaat de remming te fors heeft ingezet ) , als niet beide remmen zijn gebruikt of als de opgebouwde remkracht duidelijk onvoldoende en/of de remweg te lang was.
De kandidaat schakelt kort voor stilstand naar de éérste versnelling.
( ook hier geldt dat de kandidaat zijn remmen goed moeten beheersen, ook door onkundig rem gedrag zijn weer de nodige ongelukken te wijten.)

 

 

Wil jij beginnen met lessen bij Rijschool Noord-Brabant?

Laat je gegevens achter en we bellen je zo snel mogelijk terug voor een intakegesprek!

Rijschool Noord-Brabant

Baanderherenweg 93
5282RE Boxtel